Penicilline-allergie

Een patiënt zegt je penicilline-allergisch te zijn of dat staat zo vermeld in het dossier. Maar klopt dat wel? 

In ongeveer 1% van de gevallen gaat het om een echte penicilline-allergie met als meest voorkomende overgevoeligheidsreacties:

  • de onmiddellijke Type I of IgE-gemedieerde: type reactie met kliniek van urticaria, angio-oedeem, rhinoconjunctivitis, bronchospasmen/astma, hypotensie, hartaritmie en in ernstige gevallen anafylaxie (binnen het uur na inname)
  • de laattijdige Type IV of T-cel gemedieerde: type reactie met kliniek van huidreactie/rash gaande van maculopapuleus exantheem (niet-ernstig) tot SCAR: SJS/TEN, DRESS, AGEP (dagen tot weken na inname)

De Type II (anemie of trombocytopenie) en Type III (serumziekte) overgevoeligheidsreacties komen echter veel minder voor.

In alle andere gevallen kan het penicilline-allergie label ontkracht worden. Het onterecht labelen van een penicilline-allergie heeft heel wat gevolgen:

  • toegenomen gebruik van breedspectrum antibiotica met meer kans op resistentie
  • toegenomen kost voor de gezondheidszorg door o.a. een langere hospitalisatieduur, meer heropnames, hogere kostprijs van alternatieve antibiotica, ...
  • toegenomen morbiditeit en mortaliteit door o.a. onderbehandeling en bijwerkingen met alternatieve antibiotica, ... 

Daarom is het belangrijk om na te gaan of het om een echte penicilline-allergie gaat.

Welke vragen stel je verder aan de patiënt?

Aan de hand van een vragenlijst in het dossier kan een anamnese van penicilline-allergie worden uitgevoerd.
Het invullen van deze vragenlijst leidt tot een advies over het gebruik van bèta-lactam antibiotica. 

Indien een 2-staps toediening geadviseerd wordt, wordt verwezen naar het protocol 2-staps toediening van bèta-lactam antibiotica.
Daarnaast kan het beleid rond cefalosporine-gebruik bij een (vermeende) penicilline-allergie, alsook de samenvattende flowchart geraadpleegd worden.